Ervaringen

‘De lat moet omhoog’ – Terugblik Inspiratiesessie Duurzaam en Effectief Rekenonderwijs

Onderwijsprofessionals kwamen op woensdag 20 mei bij elkaar op basisschool Karel de Grote in Eindhoven voor een inspiratiesessie over het duurzaam en effectief verbeteren van rekenonderwijs. Bijvoorbeeld met het programma Basiskracht, een aanpak die bewezen rekendidactiek combineert met een teamproces van continue onderwijsverbetering.

Slechts 43 procent van de basisschoolleerlingen haalt het rekenniveau dat nodig is voor een goede doorstroom naar het voortgezet onderwijs. Dat zou minimaal 75 procent moeten zijn. Deze ontnuchterende cijfers vormden de aanleiding voor de inspiratiemiddag, georganiseerd door Basiskracht. Onderzoekers, leerkrachten en schoolleiders deelden hun kennis en ervaringen. Hun conclusie was duidelijk: de lat moet omhoog.

Inzicht, logica en verbanden leggen
Burgemeester van Eindhoven Jeroen Dijsselbloem opende de middag vanuit persoonlijke betrokkenheid: hij groeide op in een onderwijsfamilie. Liefst veertien familieleden waren of zijn werkzaam in het onderwijs. Zijn boodschap was helder. ‘Rekenen is veel meer dan een schoolvak. Het draait om inzicht, logica en het vermogen om verbanden te leggen. Vaardigheden die in vrijwel elk beroep onmisbaar zijn. Aandacht hiervoor is essentieel om te zorgen dat alle kinderen een goede toekomst op kunnen bouwen, in de Brainportregio en daarbuiten.’

Basisvaardigheden
Dijsselbloem confronteerde de aanwezigen met een trend die hij zorgelijk vindt: binnen het onderwijs lijkt de lat de afgelopen jaren lager te zijn gelegd, terwijl de druk van buitenaf juist toenam. ‘Ik zou graag willen dat het ambitieniveau omhoog gaat. Als je te weinig van kinderen verwacht, presteren ze ook minder.’

Andere aanpak
Peter Langerak, hoofdonderzoeker bij het Nederlands Mathematisch Instituut (NMI), zoomde verder in op de staat van het Nederlands rekenonderwijs. De kern van zijn verhaal: scholen leggen zichzelf vaak bewust of onbewust langs de verkeerde meetlat. ‘Wie naar de inspectienorm kijkt, of naar het gemiddelde van vergelijkbare scholen, verliest het zicht op wat leerlingen daadwerkelijk nodig hebben. Het gemiddelde mag nooit de ambitie zijn,’ stelde hij. Scholen zouden succes moeten afmeten aan de ontwikkeling die iedere individuele leerling doormaakt.


Volgens Langerak is een duidelijke rekendidactiek de oplossing. Leren rekenen werkt namelijk anders dan taalbeheersing, zoals hij liet zien aan de hand van een simpel spelletje. ‘Lezen is associatief; de hersenen koppelen woorden aan een kennisnetwerk. Rekenen vraagt om het inslijten van vaste stappen in een vaste volgorde: pas als een leerling stap één volledig beheerst, kan stap twee zinvol aangeleerd worden. Dat vraagt veel oefening en herhaling, en een leeromgeving die volgorde en beheersing centraal stelt.’

Leerkracht Bart van Knippenberg van Karel de Grote nam de aanwezigen mee terug in de tijd. ‘Vijf jaar geleden realiseerden we ons hier op school dat er écht iets moest gebeuren. Lage citoscores, corona als versterkende factor, maar ook het inzicht dat onze lesmethode niet meer voldeed. Uiteindelijk zijn we voor de bovenbouw overgestapt op de aanpak Foutloos Rekenen, mede dankzij een tip van een ouder die hier goede ervaringen mee had. Daarnaast zijn we aan de slag gegaan als team. Hoe gaan we sámen de resultaten van onze school duurzaam verbeteren?’Van Knippenberg wil benadrukken dat de methode Foutloos Rekenen niet heilig is. ‘Het is een middel, geen doel op zich. Het gaat om een eenduidige aanpak in alle groepen en een cultuur van blijvende verbetering.’

Verbetercultuur
KBS De Werft uit Breda liet zien hoe duurzame schoolverbetering in de praktijk werkt. De school, een afspiegeling van de Nederlandse samenleving, voelde de urgentie toen de rekenresultaten achterbleven. Met subsidie voor twee jaar kozen ze bewust niet voor extra handen in de klas, maar voor het versterken van de verbetercultuur in het team. De aanpak bestaat uit kleine, concrete stappen in het verbeteren van het rekenonderwijs die leerkrachten direct kunnen toepassen in de klas, korte verbetercycli en aan het einde van elke periode een enthousiaste pitch voor collega’s. ‘Samen leren werkt écht’, klonk het vanuit Breda. ‘Als het team didactisch groeit, groeien de resultaten ook.’ De Werft ging in korte tijd van 37% naar 63% van de leerlingen op het 1S niveau.  

Basiskracht
In Basiskracht komen aandacht voor het aanleren van betere basisvaardigheden en een sterkere verbetercultuur binnen onderwijsteams samen. Het ondersteuningsprogramma voor basisscholen in de brede Brainportregio is een initiatief van ASML, in samenwerking met Stichting leerkracht en het Nederlands Mathematisch Instituut. ASML draagt ongeveer 75 procent van de kosten voor deelnemende scholen bij. Marjolein de Hooge sloot de middag af namens ASML met een heldere motivatie: ‘De kansen in de Brainportregio zijn groot, maar alleen bereikbaar voor wie over sterke basisvaardigheden beschikt. We willen dat élk kind kan meeprofiteren, ongeacht zijn of haar achtergrond. Dus hierbij een oproep aan alle aanwezige onderwijsprofessionals: grijp deze kans en doe mee met Basiskracht.’

Meer weten over Basiskracht?
Kijk op basiskracht.nl of neem contact op met Stichting leerkracht (085-40 15 794) of het Nederlands Mathematisch Instituut (085-112 432 4).

Inspiratiesessie Duurzaam en Effectief Rekenonderwijs - recap